Oostzijderkerk
Een van de verborgen en authentieke buurtjes van Zaandam ligt rond de Oostzijderkerk. Oorspronkelijk de oudste kerk in Zaandam, een tweebeukige hallenkerk. De kerk heeft diverse verbouwingen ondergaan, o.a. de toevoeging van de toren links naast de kerk in 1850 naar ontwerp van I.J. Immink. Het tweeklaviers orgel, in 1863 gemaakt door Flaes en Brünjes, wordt nog regelmatig bespeelt tijdens de zondags dienst en concerten of oraoria vanwege de prachtige locatie en geweldige akoestiek. Rondom de kerk de oude buurt en het vernieuwde ‘sluiskwartier’, waar nu de compleet gerenoveerde starters appartementen in de verkoop zijn gegaan. 
zie TE KOOP


De geschiedenis van het mooie Zaandam in een notendop.

Die typisch groene geveltjes, de Zaanse Schans, het Tsaar Peterhuisje - getuigen van een lange geschiedenis. Toch is de stad nog niet zo heel oud. In 1811 was het de Franse keizer Napoleon, die besloot de twee gemeentes Oostzaandam en Westzaandam samen te voegen tot één gemeente, die hij in 1812 stadsrechten verleende: Zaandam. En dat zie je terug in het wapen van Zaandam, waar de oude wapens van Oostzaandam en Westzaandam zijn samengevoegd: een schip in aanbouw en vier leeuwen, gecombineerd met de staf van Mercurius en een haan - handelsgeest en waakzaamheid. In het midden worden de elementen verbeeld die de Zaandamse geschiedenis zo bepaald hebben: lucht, aarde en water. Natuurlijk gaat de historie veel verder terug dan de vroege 19e eeuw. Al in de 8e eeuw v. Chr. hadden zich mensen gevestigd in de Zaan-
 
Dijken, dammen en sluizen

streek. Maar wateroverlast bleek altijd een probleem. Dat werd opgelost toen eind 13e eeuw een dam werd aangelegd, pal naast het huidige Sluiskwartier. Het vormt het begin van het moderne Zaandam - nu een stad met 73.000 inwoners, een rijke cultuur en een enorme economische bedrijvigheid. Wie vandaag de dag op de Zuiddijk staat en om zich heen kijkt, zal zich nauwelijks kunnen voorstellen dat er in een ver verleden enkel hoogveenmoeras te zien was. De eerste vaste bewoners hadden dan ook altijd te kampen met wateroverlast. Om daar iets tegen te doen, legden boeren sloten aan haaks op de Zaan. In honderd jaar echter was het veen daardoor zo ver ingeklonken dat de Zaan en het IJ op hetzelfde niveau waren komen te liggen - met opnieuw overstromingen tot gevolg. Het bouwen van dijken langs de oevers van de Zaan moest uitkomst bieden: de Hogendijk en de Zuiddijk. Bij hoogwater echter stroomde er zo veel water de Zaan binnen dat opnieuw overstroming dreigde. De oplossing lag in het bouwen van een dam, die de twee dijken met elkaar verbond.

 

Om daar iets tegen te doen, legden boeren sloten aan haaks op de Zaan. In honderd jaar echter was het veen daardoor zo ver ingeklonken dat de Zaan en het IJ op hetzelfde niveau waren komen te liggen - met opnieuw overstromingen tot gevolg. Het bouwen van dijken langs de oevers van de Zaan moest uitkomst bieden: de Hogendijk en de Zuiddijk. Bij hoogwater echter stroomde er zo veel water de Zaan binnen dat opnieuw overstroming dreigde. De oplossing lag in het bouwen van een dam, die de twee dijken met elkaar verbond. Deze dam, die voor het eerst in 1314 wordt genoemd, verhinderde echter op zijn beurt de afwatering vanuit het Zaanse achterland. Daarom bouwde men sluizen, waarschijnlijk al kort na de aanleg van de dam. Op de oostelijke oever was inmiddels een terp aangelegd, met daarop een kapelletje. In de 17e eeuw werd die vervangen door de Oostzijderkerk, nog altijd het hart van het Sluiskwartier.